Delen Printen

Verkeersongevallen - Verscheidene voertuigen en ongekende aansprakelijkheid - Over de (ruime) toepassing van art 19bis-11 §2 WAM

Omschrijving

Technische fiche

Gerelateerde boeken

Meer en meer wordt de schade bij verkeersongevallen geregeld via alternatieve vergoedingssystemen.
Denk hierbij maar aan de vergoedingsregeling voor de zogenaamde “zwakke weggebruikers” op basis van art.
29bis WAM. Een belangrijk deel van de schade, in het bijzonder de persoonsschade, wordt vergoed via het sociale zekerheidsstelsel en private (eigen) schadeverzekeringen. In welbepaalde door de wet omschreven gevallen kunnen verkeersslachtoffers vergoeding bekomen van een fonds, zoals het Gemeenschappelijk
Motorwaarborgfonds (GMWF).

Desondanks behoudt het aansprakelijkheidsrecht ook voor verkeersongevallen nog steeds een voorname rol op het vlak van de schadevergoeding van de benadeelde. Enkel voor zover aansprakelijkheid in hoofde van de
verzekerde kan worden aangeduid, is de aansprakelijkheidsverzekeraar gehouden tot vergoeding van de benadeelde. De positie van de benadeelde als verkeersslachtoffer is gunstig, omwille van het verplicht karakter
van deze aansprakelijkheidsverzekering en de rechtstreekse vordering. Indien niet is voldaan aan de toepassingsvoorwaarden van het aansprakelijkheidsrecht dreigt de benadeelde evenwel onvergoed te blijven. Dit is ondermeer het geval wanneer er zich een ongeval voordoet waarbij meerdere motorvoertuigen
zijn betrokken, maar de benadeelde niet kan aanduiden welke bestuurder(s) (uit deze groep van motorvoertuigen) aansprakelijk moet(en) gesteld worden. Het aansprakelijkheidsrecht,
bij uitbreiding de aansprakelijkheidsverzekering, vereist immers vastgestelde
aansprakelijkheid van de verzekerde. Deze toestand is evenmin begrepen onder de vergoedingsopdrachten van het GMWF. Het is precies om tegemoet te komen aan deze ongevalstoestand dat art. 19bis-11 §2 WAM
werd ingevoerd bij Wet van 22 augustus 2002.

Omtrent de juiste draagwijdte van dit artikel bestaat grote onduidelijkheid. Dit boek licht de totstandkoming van art. 19bis-11 §2 WAM toe, om vervolgens in te gaan op de problematiek inzake juridische kwalificatie ervan. De
toepassingsvoorwaarden worden uitgebreid besproken, telkens met verwijzing naar rechtsleer en rechtspraak. In het bijzonder wordt de (ruime) toepassing van art. 19bis-11 §2 WAM onderzocht na het arrest van het Grondwettelijk Hof 3 februari 2011.

Met uw bestelling bij mijnwetboek.be verklaart u onze Algemene Verkoopvoorwaarden te hebben gelezen en ermee akkoord te zijn.

De wetboeken uit onze Wetboekenwinkel zijn tot stand gekomen door een samenwerking tussen de samensteller en mijnwetboek.be. De content komt van publieke bronnen, aangeleverd door de samensteller. mijnwetboek.be noch de samensteller zijn aansprakelijk noch verantwoordelijk voor de inhoud van deze wetboeken.

Info

Prijs inc. BTW:

BTW: print 6%, e-book 6%

ISBN: 978-9-4603-5177-8

Levering: binnen 10 dagen na betaalontvangst


Publicatie top 5

BIBF CODEX  2019

BIBF CODEX 2019

Wetboek Vennootschappen en Verenigingen 2019

Wetboek Vennootschappen en Verenigingen 2019

Erfbelasting in het Vlaams Gewest maart 2019

Erfbelasting in het Vlaams Gewest maart 2019

TNM - Tijdschrift Notarieel Management

TNM - Tijdschrift Notarieel Management

Het nieuwe erfrecht Anno 2019

Het nieuwe erfrecht Anno 2019


PRIVACY POLICY | VERKOOPSVOORWAARDEN | Alle vermelde prijzen zijn in Euro (EUR).
2010 KNOPS PUBLISHING All other trademarks are the property of their respective owners. All rights reserved.